Pappardelle con il coniglio al vino rosso (4 personen)

Pasta met konijn

Daniël’s pappardelle!!

*2 konijnenbouten (afhankelijk van de maat)

*1 flinke ui

*1 teentje knoflook

*1 winterpeen

*1 blikje tomatenpuree

*een paar blaadjes verse salie

*rode kookwijn

*boter

*peper en zout

*pappardelle (pasta)
Om deze saus te maken is het nodig om de konijnen eerst helemaal gaar te sudderen in een braadpan. Smelt een flinke klont boter in een braadpan die groot genoeg is voor twee bouten. Gebruik eventueel een beetje olie om te voorkomen dat de boter verbrand.

Bak de bouten op hoog vuur aan alle kanten mooi bruin en zet de braadpan op het laagste vuur met de deksel op de pan. In de komende anderhalf uur sudder je de bouten gaar. Keer de bouten regelmatig en overgiet ze met het bakvet. Leg zo nu en dan een klontje boter op de bouten, zodat het vlees niet uitdroogt.

Terwijl het konijn suddert, kun je de ui alvast snipperen. Het teentje knoflook plet je met een groot mes om het vervolgens fijn te snijden. Gebruik geen knoflookpers! De helft van de knoflook en de meeste smaak blijft achter in de pers. Daar heb je niets aan. De wortel snijd je over de lengte in vieren en vervolgens in plakjes van een paar millimeter dik. Hak de salie fijn.

Na anderhalf uur haal je de bouten uit de pan om het vlees van het bot te plukken. Als het goed is moet dit gemakkelijk gaan na het sudderen. Trek eventuele grote stukken vlees uit elkaar tot kleinere stukjes. Leg het vlees even apart en gooi de botjes weg. Het bakvet (of een deel ervan als je het teveel vindt) gebruik je als basis voor de saus.

Bak de ui, knoflook en salie in het bakvet tot de ui glazig is. Let op dat het niet bruin kleurt. Voeg vervolgens het geplukte vlees toe en de tomatenpuree. Bak de tomatenpuree en het vlees even aan. Hierdoor wordt de smaak van de tomaten wat pittiger. Vervolgens voeg je de wortel toe en een flinke scheut rode wijn. Het vlees moet helemaal onder staan, dus wees niet te zuinig. Laat dit geheel nog ongeveer drie kwartier stoven op het laagste vuurtje.

De pappardelle kook je volgens de instructies op het pak. Het lekkerst vind ik het als de pasta al dente (een beetje stevig) is gekookt. Als de pasta klaar is, giet hem dan niet af. Pak een zeef en haal de pasta met een tang uit de pan. Laat de pappardelle niet te lang uitlekken en gooi ze bij de saus in de pan. Gooi vervolgens 4 eetlepels van het pasta-kookvocht bij de saus en de pappardelle en mix alles door elkaar. Door de pasta niet af te gieten en zelfs wat kookvocht aan de mix toe te voegen, hechten pasta en saus beter aan elkaar en worden ze één geheel.

Eet smakelijk! Buon appetito!